
Beeldvormend onderzoek
Disclaimer: De volgende informatie wordt uitsluitend verstrekt ter informatie en vormt geen medisch advies. Raadpleeg altijd een gezondheidsprofessional voor medisch advies en behandeling.
Beeldvormend onderzoek is een verzamelnaam voor allerlei technieken om de binnenkant van het lichaam in beeld te brengen.
Een röntgenfoto of radiografie is een tweedimensionaal digitaal beeld gemaakt met behulp van röntgenstralen, vroeger ook x-stralen genoemd. Verschillende soorten weefsel laten die straling in meer of mindere mate door. Een radiografie van de borstkas is het gemakkelijkst uit te voeren onderzoek. Het is snel en kan worden gebruikt om eventuele tumoren op te sporen, alleen is niet elke tumor zichtbaar op een röntgenfoto.
CT staat voor computertomografie. Bij een CT-scan wordt (een deel van) het lichaam, schijfje voor schijfje, vanuit verschillende hoeken in beeld gebracht waarna de verschillende dwarsdoorsnedes worden samengevoegd tot een enkel beeld. Een CT-scan gebruikt, net als een radiografie, röntgenstraling, maar vormt in plaats van een tweedimensionaal een driedimensionaal beeld. Zo'n scan is nauwkeuriger en kan dus zones en kleinere letsels opsporen die op een radiografie niet zichtbaar zijn zoals de ruimte tussen de longen of tumoren die verscholen zitten achter bot of het hart. Ook eventuele uitzaaiingen en vergrote lymfeklieren zijn te zien op een CT-scan.
MRI is de afkorting van magnetic resonance imaging, ook wel NMR, nucleaire magnetische resonantie, of MR, magnetische resonantie, genoemd. Net zoals een CT-scan maakt een MRI-scan beelden van opeenvolgende dwarsdoorsnedes van (een deel van) het lichaam die kunnen worden gecombineerd tot een driedimensionaal beeld. In plaats van röntgenstraling wordt een sterk magnetisch veld gebruikt. MRI-scans geven nog meer gedetailleerde informatie dan CT-scans, vooral van zachte weefsels. De arts zal bepalen wanneer behalve een CT-scan ook een MRI-scan nodig is.
PET staat voor positronemissietomografie. Een PET-scan wordt gebruikt om zones met een abnormale stofwisseling op te sporen. Kankercellen hebben meestal een verhoogde opname van glucose om energie en bouwstenen te produceren die nodig zijn voor groei en proliferatie. Door het injecteren van gelabelde glucose (radioactieve glucose) kan een PET-scan gebieden met verhoogde activiteit opsporen. Om te weten waar precies in het lichaam die zones en dus de kankercellen zich bevinden moet de PET-scan worden gecombineerd met de CT-scan. Dit onderzoek wordt meestal aangevraagd om de aanwezigheid van een verdacht longletsel te bevestigen en om uitzaaiingen of een terugval van een eerder succesvol behandelde tumor op te sporen, maar ook later, tijdens of vlak na de behandeling om na te gaan hoe doeltreffend die geweest is.
